Was dit nuttig?
bewegen
werkwoord | Taalniveau: A1
1werkwoord| Taalniveau: A1
van plaats of houding veranderen
Voorbeeldzinnen met het woord bewegen
- "De wind beweegt de takken van de boom."
- "Ze beweegt elke dag een uur om fit te blijven."
Synoniemen van bewegen
Idiomen
- • in beweging komen
- • geen vin verroeren
2werkwoord| Taalniveau: B2
iemand emotioneel raken of aanzetten tot actie; overtuigen of motiveren
Voorbeeldzinnen met het woord bewegen
- "De toespraak bewoog het publiek tot tranen."
- "Zijn verhaal bewoog haar ertoe om te helpen."
Idiomen
- • in beweging komen
- • geen vin verroeren
Vervoeging van bewegen
| Ik (nu) | ik beweeg |
| Hij/zij (nu) | hij beweegt |
| Wij (nu) | wij bewegen |
| Verleden tijd | bewoog |
| Voltooid deelw. | bewogen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over bewegen
- Wat betekent bewegen?
- van plaats of houding veranderen
- Op welk taalniveau hoort bewegen?
- Het woord bewegen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bewegen?
- Synoniemen van bewegen zijn: verplaatsen, roeren.
- Hoe vervoeg je bewegen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je bewegen als volgt: ik ik beweeg, hij/zij hij beweegt, wij wij bewegen.
- Wat is de verleden tijd van bewegen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van bewegen is: bewoog.
- Wat is het voltooid deelwoord van bewegen?
- Het voltooid deelwoord van bewegen is: bewogen.
- Gebruik je hebben of zijn bij bewegen?
- Bij bewegen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bewegen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen