Was dit nuttig?
verplaatsen
werkwoord | Taalniveau: A1
van de ene naar de andere plek gaan
Voorbeeldzinnen met het woord verplaatsen
- "Ze verplaatst zich dagelijks per fiets naar haar werk."
- "Met openbaar vervoer kun je je snel door de stad verplaatsen."
Idiomen
- • Zich verplaatsen in de ander
Vervoeging van verplaatsen
| Ik (nu) | ik verplaats |
| Hij/zij (nu) | hij verplaatst |
| Wij (nu) | wij verplaatsen |
| Verleden tijd | verplaatste |
| Voltooid deelw. | verplaatst |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over verplaatsen
- Wat betekent verplaatsen?
- van de ene naar de andere plek gaan
- Op welk taalniveau hoort verplaatsen?
- Het woord verplaatsen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van verplaatsen?
- Synoniemen van verplaatsen zijn: reizen, bewegen.
- Hoe vervoeg je verplaatsen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je verplaatsen als volgt: ik ik verplaats, hij/zij hij verplaatst, wij wij verplaatsen.
- Wat is de verleden tijd van verplaatsen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van verplaatsen is: verplaatste.
- Wat is het voltooid deelwoord van verplaatsen?
- Het voltooid deelwoord van verplaatsen is: verplaatst.
- Gebruik je hebben of zijn bij verplaatsen?
- Bij verplaatsen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij verplaatsen
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
stipt
bijvoeglijk naamwoord
precies op tijd, zonder vertraging
vol
bijvoeglijk naamwoord
met geen vrije plaatsen meer, volledig bezet
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
druk
bijvoeglijk naamwoord
met veel verkeer of mensen aanwezig