Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    reizen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    zich verplaatsen van de ene naar de andere plek

    Voorbeeldzinnen met het woord reizen

    • "Ze reist elke dag met de trein naar haar werk."
    • "Dit jaar reizen ze per fiets door Europa."

    Synoniemen van reizen

    Idiomen

    • • reizen verruimt de geest

    Vervoeging van reizen

    Ik (nu) ik reis
    Hij/zij (nu) hij/zij reist
    Wij (nu) wij reizen
    Verleden tijd reisde
    Voltooid deelw. gereisd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over reizen

    Wat betekent reizen?
    zich verplaatsen van de ene naar de andere plek
    Op welk taalniveau hoort reizen?
    Het woord reizen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van reizen?
    Synoniemen van reizen zijn: verplaatsen, touren.
    Hoe vervoeg je reizen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je reizen als volgt: ik ik reis, hij/zij hij/zij reist, wij wij reizen.
    Wat is de verleden tijd van reizen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van reizen is: reisde.
    Wat is het voltooid deelwoord van reizen?
    Het voltooid deelwoord van reizen is: gereisd.
    Gebruik je hebben of zijn bij reizen?
    Bij reizen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter