Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen

    D, t of dt? Zo maak je nooit meer fouten

    D, t of dt? Zo maak je nooit meer fouten

    D, t of dt? Het is een van de bekendste struikelblokken van de Nederlandse spelling. Toch is de regel eenvoudig te onthouden als je drie stappen volgt.

    Stap 1: bepaal de stam

    De stam van een werkwoord vind je door de uitgang -en van de infinitief weg te halen:

    • werken → stam: werk
    • lopen → stam: loop
    • antwoorden → stam: antwoord
    • worden → stam: word

    Stap 2: tegenwoordige tijd

    In de tegenwoordige tijd gelden deze regels:

    • Ik + stam (geen uitgang): ik werk, ik loop, ik antwoord, ik word
    • Jij / hij / zij / het + stam + t: hij werkt, hij loopt, hij antwoordt, hij wordt

    De combinatie -dt ontstaat alleen wanneer de stam al eindigt op een d. De d hoort bij de stam; de t is de gewone persoonsvorm-uitgang:

    • antwoorden → stam antwoord + t = antwoordt
    • worden → stam word + t = wordt

    Uitzondering: inversie met "jij"
    Staat jij direct ná het werkwoord, dan vervalt de -t:

    • Werk jij vandaag? (niet: werkt jij)
    • Word jij ook uitgenodigd? (niet: wordt jij)

    Stap 3: verleden tijd — de 't-kofschip-truc

    Voor de verleden tijd kijk je naar de laatste letter van de stam. Staat die letter in het woord 't kofschip? Dan gebruik je -te / -ten. Staat de letter er niet in? Dan gebruik je -de / -den.

    De letters van 't kofschip zijn: t, k, f, s, ch, p

    • werken → stam werk → k zit in kofschip → werkte
    • fietsen → stam fiets → s zit in kofschip → fietste
    • leven → stam leef → de onderliggende klank is v (niet in kofschip) → leefde
    • reizen → stam reis → de onderliggende klank is z (niet in kofschip) → reisde

    Veelgemaakte fouten

    ✓ Hij wordt beter. (stam word + t)
    ✗ Hij word beter. (de -t ontbreekt)

    ✓ Ik antwoord zo snel mogelijk. (ik-vorm = stam, geen uitgang)
    ✗ Ik antwoordt zo snel mogelijk. (de ik-vorm krijgt nooit een -t)

    Werk jij hier? (jij na het werkwoord → geen -t)
    Werkt jij hier? (onjuist bij inversie met jij)

    Samenvatting

    1. De stam = infinitief zonder -en.
    2. Ik-vorm = stam, altijd zonder uitgang.
    3. Hij/zij/het-vorm = stam + t. Eindigt de stam op d? Dan krijg je -dt.
    4. Staat jij ná het werkwoord (inversie)? Dan geen -t.
    5. Verleden tijd: gebruik de 't-kofschip-truc om te kiezen tussen -te en -de.

    Delen

    Meer interessante taaltips

    Ontdek woorden in het woordenboek

    Geschreven door Redactie hetwoordenboek.nl

    Laatst bijgewerkt: 26 maart 2026