Was dit nuttig?
rekenen
werkwoord | Taalniveau: A1
wiskundige berekeningen uitvoeren
Voorbeeldzinnen met het woord rekenen
- "Ze rekent sommen zonder rekenmachine."
- "Op de basisschool leer je vermenigvuldigen en delen."
Idiomen
- • op iemand kunnen rekenen
- • je rekening presenteren
Vervoeging van rekenen
| Ik (nu) | reken |
| Hij/zij (nu) | rekent |
| Wij (nu) | rekenen |
| Verleden tijd | rekende |
| Voltooid deelw. | gerekend |
| Hulpwerkwoord | heeft |
Veelgestelde vragen over rekenen
- Wat betekent rekenen?
- wiskundige berekeningen uitvoeren
- Op welk taalniveau hoort rekenen?
- Het woord rekenen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van rekenen?
- Synoniemen van rekenen zijn: berekenen, optellen.
- Hoe vervoeg je rekenen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je rekenen als volgt: ik reken, hij/zij rekent, wij rekenen.
- Wat is de verleden tijd van rekenen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van rekenen is: rekende.
- Wat is het voltooid deelwoord van rekenen?
- Het voltooid deelwoord van rekenen is: gerekend.
- Gebruik je hebben of zijn bij rekenen?
- Bij rekenen gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij rekenen
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
kritisch
bijvoeglijk naamwoord
met een analyserende en vragende houding