Was dit nuttig?
berekenen
werkwoord | Taalniveau: B2
door middel van wiskunde of redenering een uitkomst bepalen
Voorbeeldzinnen met het woord berekenen
- "Ze berekende de kosten van het project."
- "Hij berekende hoeveel materiaal hij nodig had."
Synoniemen van berekenen
Vervoeging van berekenen
| Ik (nu) | ik bereken |
| Hij/zij (nu) | hij berekent |
| Wij (nu) | wij berekenen |
| Verleden tijd | berekende |
| Voltooid deelw. | berekend |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over berekenen
- Wat betekent berekenen?
- door middel van wiskunde of redenering een uitkomst bepalen
- Op welk taalniveau hoort berekenen?
- Het woord berekenen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van berekenen?
- Synoniemen van berekenen zijn: uitrekenen, calculeren, schatten.
- Hoe vervoeg je berekenen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je berekenen als volgt: ik ik bereken, hij/zij hij berekent, wij wij berekenen.
- Wat is de verleden tijd van berekenen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van berekenen is: berekende.
- Wat is het voltooid deelwoord van berekenen?
- Het voltooid deelwoord van berekenen is: berekend.
- Gebruik je hebben of zijn bij berekenen?
- Bij berekenen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij berekenen
pinnen
werkwoord
betalen met een bankpas bij een betaalautomaat
deaangifte
zelfstandig naamwoord
het officieel opgeven van inkomen of andere informatie aan d…
deaflossing
zelfstandig naamwoord
het terugbetalen van een geleend bedrag in termijnen
netto
bijvoeglijk naamwoord
het bedrag dat overblijft na aftrek van kosten, belasting of…
deschuldsanering
zelfstandig naamwoord
officieel traject om mensen met zware schulden te helpen dez…
debankrekeninghouder
zelfstandig naamwoord
persoon op wiens naam een bankrekening staat