Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    pinnen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    betalen met een bankpas bij een betaalautomaat

    Voorbeeldzinnen met het woord pinnen

    • "Ze pinde twintig euro bij de kassa."
    • "Hij kon niet pinnen omdat zijn pas was geblokkeerd."

    Synoniemen van pinnen

    Idiomen

    • • zijn geld aftappen

    Vervoeging van pinnen

    Ik (nu) pin
    Hij/zij (nu) pint
    Wij (nu) pinnen
    Verleden tijd pinde
    Voltooid deelw. gepind
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over pinnen

    Wat betekent pinnen?
    betalen met een bankpas bij een betaalautomaat
    Op welk taalniveau hoort pinnen?
    Het woord pinnen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van pinnen?
    Synoniemen van pinnen zijn: betalen, aftikken.
    Hoe vervoeg je pinnen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je pinnen als volgt: ik pin, hij/zij pint, wij pinnen.
    Wat is de verleden tijd van pinnen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van pinnen is: pinde.
    Wat is het voltooid deelwoord van pinnen?
    Het voltooid deelwoord van pinnen is: gepind.
    Gebruik je hebben of zijn bij pinnen?
    Bij pinnen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter