Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    botsen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    ergens tegenaan stoten of botsing maken

    Voorbeeldzinnen met het woord botsen

    • "De auto's botstten op de kruising."
    • "Hij botste met zijn hoofd tegen de deurpost."

    Synoniemen van botsen

    Idiomen

    • • frontaal botsen
    • • in botsing komen

    Vervoeging van botsen

    Ik (nu) bots
    Hij/zij (nu) botst
    Wij (nu) botsen
    Verleden tijd botste
    Voltooid deelw. gebotst
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over botsen

    Wat betekent botsen?
    ergens tegenaan stoten of botsing maken
    Op welk taalniveau hoort botsen?
    Het woord botsen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van botsen?
    Synoniemen van botsen zijn: stoten, aanrijden, raken.
    Hoe vervoeg je botsen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je botsen als volgt: ik bots, hij/zij botst, wij botsen.
    Wat is de verleden tijd van botsen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van botsen is: botste.
    Wat is het voltooid deelwoord van botsen?
    Het voltooid deelwoord van botsen is: gebotst.
    Gebruik je hebben of zijn bij botsen?
    Bij botsen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter