Was dit nuttig?
duwen
werkwoord | Taalniveau: A1
iets of iemand met kracht wegdringen
Voorbeeldzinnen met het woord duwen
- "Duw de deur open."
- "Hij duwde de kar naar de kassa."
Idiomen
- • Iemand in een hoek duwen
Vervoeging van duwen
| Ik (nu) | duw |
| Hij/zij (nu) | duwt |
| Wij (nu) | duwen |
| Verleden tijd | duwde |
| Voltooid deelw. | geduwd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over duwen
- Wat betekent duwen?
- iets of iemand met kracht wegdringen
- Op welk taalniveau hoort duwen?
- Het woord duwen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van duwen?
- Synoniemen van duwen zijn: stoten, schuiven, dringen.
- Hoe vervoeg je duwen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je duwen als volgt: ik duw, hij/zij duwt, wij duwen.
- Wat is de verleden tijd van duwen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van duwen is: duwde.
- Wat is het voltooid deelwoord van duwen?
- Het voltooid deelwoord van duwen is: geduwd.
- Gebruik je hebben of zijn bij duwen?
- Bij duwen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij duwen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders