Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    sporten

    werkwoord | Taalniveau: A1

    actief deelnemen aan een sport of lichamelijke beweging

    Voorbeeldzinnen met het woord sporten

    • "Ze sport drie keer per week in de sportschool."
    • "Sporten is goed voor zowel je lichaam als je geest."

    Synoniemen van sporten

    Idiomen

    • • Aan sport doen

    Vervoeging van sporten

    Ik (nu) sport
    Hij/zij (nu) sport
    Wij (nu) sporten
    Verleden tijd sportte
    Voltooid deelw. gesport
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over sporten

    Wat betekent sporten?
    actief deelnemen aan een sport of lichamelijke beweging
    Op welk taalniveau hoort sporten?
    Het woord sporten hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van sporten?
    Synoniemen van sporten zijn: bewegen, trainen, oefenen.
    Hoe vervoeg je sporten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je sporten als volgt: ik sport, hij/zij sport, wij sporten.
    Wat is de verleden tijd van sporten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van sporten is: sportte.
    Wat is het voltooid deelwoord van sporten?
    Het voltooid deelwoord van sporten is: gesport.
    Gebruik je hebben of zijn bij sporten?
    Bij sporten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter