Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    oefenen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    herhaaldelijk iets doen om beter te worden

    Voorbeeldzinnen met het woord oefenen

    • "Ze oefent elke dag woordjes voor de toets."
    • "Door veel te oefenen leer je sneller rekenen."

    Synoniemen van oefenen

    Idiomen

    • • oefening baart kunst

    Vervoeging van oefenen

    Ik (nu) oefen
    Hij/zij (nu) oefent
    Wij (nu) oefenen
    Verleden tijd oefende
    Voltooid deelw. geoefend
    Hulpwerkwoord heeft

    Veelgestelde vragen over oefenen

    Wat betekent oefenen?
    herhaaldelijk iets doen om beter te worden
    Op welk taalniveau hoort oefenen?
    Het woord oefenen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van oefenen?
    Synoniemen van oefenen zijn: trainen, inoefenen.
    Hoe vervoeg je oefenen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je oefenen als volgt: ik oefen, hij/zij oefent, wij oefenen.
    Wat is de verleden tijd van oefenen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van oefenen is: oefende.
    Wat is het voltooid deelwoord van oefenen?
    Het voltooid deelwoord van oefenen is: geoefend.
    Gebruik je hebben of zijn bij oefenen?
    Bij oefenen gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".

    Delen

    Bladeren op letter