Was dit nuttig?
desportdag
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
dag waarop sportactiviteiten worden georganiseerd door de school
Voorbeeldzinnen met het woord sportdag
- "Op de sportdag doen alle klassen mee aan estafette en verspringen."
- "De sportdag is elk jaar in juni."
Synoniemen van sportdag
Veelgestelde vragen over sportdag
- Wat betekent sportdag?
- dag waarop sportactiviteiten worden georganiseerd door de school
- Op welk taalniveau hoort sportdag?
- Het woord sportdag hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van sportdag?
- Synoniemen van sportdag zijn: sportfestival, atletiekdag.
- Is sportdag een de-woord of het-woord?
- Sportdag is een de-woord: de sportdag.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij sportdag
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
dezorgcoördinator
zelfstandig naamwoord
medewerker die leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte b…