Was dit nuttig?
desamenwoning
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
het gezamenlijk wonen van een stel
Voorbeeldzinnen met het woord samenwoning
- "Ze begonnen hun samenwoning drie jaar geleden."
- "Samenwoning is een grote stap in een relatie."
Synoniemen van samenwoning
Veelgestelde vragen over samenwoning
- Wat betekent samenwoning?
- het gezamenlijk wonen van een stel
- Op welk taalniveau hoort samenwoning?
- Het woord samenwoning hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van samenwoning?
- Synoniemen van samenwoning zijn: gezamenlijk wonen.
- Is samenwoning een de-woord of het-woord?
- Samenwoning is een de-woord: de samenwoning.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij samenwoning
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje