Was dit nuttig?
samenwonend
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: B1
samen in hetzelfde huis wonend zonder getrouwd te zijn
Voorbeeldzinnen met het woord samenwonend
- "Het samenwonend stel deelde de kosten van de woning."
- "Ze zijn al twee jaar samenwonend maar nog niet getrouwd."
Synoniemen van samenwonend
Veelgestelde vragen over samenwonend
- Wat betekent samenwonend?
- samen in hetzelfde huis wonend zonder getrouwd te zijn
- Op welk taalniveau hoort samenwonend?
- Het woord samenwonend hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van samenwonend?
- Synoniemen van samenwonend zijn: inwonend.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij samenwonend
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje