Was dit nuttig?
hard
bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: A1
1bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A1
sterk of stevig van aanraking; ook moeilijk of zwaar
Voorbeeldzinnen met het woord hard
- "Het is hard werken in deze functie."
- "De grond was hard bevroren."
Idiomen
- • Hard werken loont
- • Een harde dobber zijn
- • Hard van nodig hebben
2bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2
met hoge snelheid; snel
Voorbeeldzinnen met het woord hard
- "De auto reed hard over de snelweg en werd staande gehouden door de politie."
- "Hij fietste zo hard hij kon om de trein te halen."
Idiomen
- • Hard werken loont
- • Een harde dobber zijn
- • Hard van nodig hebben
3bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2
met veel inzet of energie; intensief
Voorbeeldzinnen met het woord hard
- "Ze werkte hard om haar doelen te bereiken en nam zelden vrij."
- "Het team heeft hard getraind voor het kampioenschap."
Idiomen
- • Hard werken loont
- • Een harde dobber zijn
- • Hard van nodig hebben
Veelgestelde vragen over hard
- Wat betekent hard?
- sterk of stevig van aanraking; ook moeilijk of zwaar
- Op welk taalniveau hoort hard?
- Het woord hard hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van hard?
- Synoniemen van hard zijn: stevig, sterk, vast.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij hard
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
deschijnbaar
zelfstandig naamwoord
dat wat het lijkt maar niet noodzakelijk is