Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    vast

    bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: A2

    1bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: A2

    stevig bevestigd of verankerd; niet in staat te bewegen of te ontsnappen

    Voorbeeldzinnen met het woord vast

    • "Het rek was vast aan de muur geschroefd zodat het nooit kon vallen."
    • "De boot lag vast aan de steiger met een dikke kabel."

    Synoniemen van vast

    Idiomen

    • • vast en zeker
    • • vaste klant
    • • vast in dienst
    2bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    permanent, regelmatig of structureel; niet tijdelijk

    Voorbeeldzinnen met het woord vast

    • "Na het proefcontract kreeg ze eindelijk een vaste baan bij het bedrijf."
    • "Hij was een vaste klant van de bakkerij en werd altijd vriendelijk begroet."

    Synoniemen van vast

    Idiomen

    • • vast en zeker
    • • vaste klant
    • • vast in dienst
    3bijvoeglijk naamwoord| Taalniveau: B1

    zeker, overtuigd of onomstotelijk

    Voorbeeldzinnen met het woord vast

    • "Ik weet het vast en zeker: de vergadering is morgenochtend om negen uur."
    • "Ze was vast van plan om dit jaar haar rijbewijs te halen."

    Synoniemen van vast

    Idiomen

    • • vast en zeker
    • • vaste klant
    • • vast in dienst

    Veelgestelde vragen over vast

    Wat betekent vast?
    stevig bevestigd of verankerd; niet in staat te bewegen of te ontsnappen
    Op welk taalniveau hoort vast?
    Het woord vast hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van vast?
    Synoniemen van vast zijn: stevig, verankerd.

    Delen

    Bladeren op letter