Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    vasten

    werkwoord | Taalniveau: B2

    bewust afzien van voedsel

    Voorbeeldzinnen met het woord vasten

    • "Moslims vasten tijdens de ramadan."
    • "Ze vastte een dag als bezinning."

    Idiomen

    • • Vasten voor zijn gezondheid
    • • Streng vasten tijdens de Ramadan

    Vervoeging van vasten

    Ik (nu) ik vast
    Hij/zij (nu) hij/zij vast
    Wij (nu) wij vasten
    Verleden tijd vastte
    Voltooid deelw. gevast
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over vasten

    Wat betekent vasten?
    bewust afzien van voedsel
    Op welk taalniveau hoort vasten?
    Het woord vasten hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je vasten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je vasten als volgt: ik ik vast, hij/zij hij/zij vast, wij wij vasten.
    Wat is de verleden tijd van vasten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van vasten is: vastte.
    Wat is het voltooid deelwoord van vasten?
    Het voltooid deelwoord van vasten is: gevast.
    Gebruik je hebben of zijn bij vasten?
    Bij vasten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter