Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dribbelen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    met kleine snelle stappen lopen terwijl je een bal in je bezit houdt

    Voorbeeldzinnen met het woord dribbelen

    • "De aanvaller dribbelde langs drie verdedigers en scoorde moeiteloos."
    • "Hij kon uren oefenen om beter te dribbelen in krappe ruimtes."

    Synoniemen van dribbelen

    Idiomen

    • • langs iemand dribbelen (iemand handig en snel ontwijken of omzeilen)

    Vervoeging van dribbelen

    Ik (nu) dribbel
    Hij/zij (nu) dribbelt
    Wij (nu) dribbelen
    Verleden tijd dribbelde
    Voltooid deelw. gedribbeld
    Hulpwerkwoord heeft

    Veelgestelde vragen over dribbelen

    Wat betekent dribbelen?
    met kleine snelle stappen lopen terwijl je een bal in je bezit houdt
    Op welk taalniveau hoort dribbelen?
    Het woord dribbelen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van dribbelen?
    Synoniemen van dribbelen zijn: manoeuvreren, bewegen, wegdansen.
    Hoe vervoeg je dribbelen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je dribbelen als volgt: ik dribbel, hij/zij dribbelt, wij dribbelen.
    Wat is de verleden tijd van dribbelen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van dribbelen is: dribbelde.
    Wat is het voltooid deelwoord van dribbelen?
    Het voltooid deelwoord van dribbelen is: gedribbeld.
    Gebruik je hebben of zijn bij dribbelen?
    Bij dribbelen gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".

    Delen

    Bladeren op letter