Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    gelijkspelen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een wedstrijd eindigen zonder winnaar, met gelijke stand voor beide ploegen

    Voorbeeldzinnen met het woord gelijkspelen

    • "De twee topploegen speelden gelijk na een spannende wedstrijd."
    • "Soms is gelijkspelen de beste optie als je een risicoloze uitkomst nastreeft."

    Synoniemen van gelijkspelen

    Idiomen

    • • gelijkspelen (een compromis bereiken waarbij niemand als duidelijke winnaar uit de bus komt)

    Vervoeging van gelijkspelen

    Ik (nu) speel gelijk
    Hij/zij (nu) speelt gelijk
    Wij (nu) spelen gelijk
    Verleden tijd speelde gelijk
    Voltooid deelw. gelijkgespeeld
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over gelijkspelen

    Wat betekent gelijkspelen?
    een wedstrijd eindigen zonder winnaar, met gelijke stand voor beide ploegen
    Op welk taalniveau hoort gelijkspelen?
    Het woord gelijkspelen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van gelijkspelen?
    Synoniemen van gelijkspelen zijn: remise spelen, onbeslist eindigen, punten delen.
    Hoe vervoeg je gelijkspelen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je gelijkspelen als volgt: ik speel gelijk, hij/zij speelt gelijk, wij spelen gelijk.
    Wat is de verleden tijd van gelijkspelen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van gelijkspelen is: speelde gelijk.
    Wat is het voltooid deelwoord van gelijkspelen?
    Het voltooid deelwoord van gelijkspelen is: gelijkgespeeld.
    Gebruik je hebben of zijn bij gelijkspelen?
    Bij gelijkspelen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter

    Installeer gratis Hét woordenboek.nl op je mobiel