Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    snowboarden

    werkwoord | Taalniveau: B1

    van een besneeuwde helling afrijden op een breed snowboard-plankje

    Voorbeeldzinnen met het woord snowboarden

    • "Ze leerde snowboarden tijdens een wintersportvakantie in de Oostenrijkse Alpen."
    • "Snowboarden vereist een goed evenwichtsgevoel en lef op steile hellingen."

    Synoniemen van snowboarden

    Idiomen

    • • gaan snowboarden in de Alpen

    Vervoeging van snowboarden

    Ik (nu) snowboard
    Hij/zij (nu) snowboardt
    Wij (nu) snowboarden
    Verleden tijd snowboardde
    Voltooid deelw. gesnowboard
    Hulpwerkwoord heeft

    Veelgestelde vragen over snowboarden

    Wat betekent snowboarden?
    van een besneeuwde helling afrijden op een breed snowboard-plankje
    Op welk taalniveau hoort snowboarden?
    Het woord snowboarden hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van snowboarden?
    Synoniemen van snowboarden zijn: skiboardrijden, offpisten rijden.
    Hoe vervoeg je snowboarden in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je snowboarden als volgt: ik snowboard, hij/zij snowboardt, wij snowboarden.
    Wat is de verleden tijd van snowboarden?
    De verleden tijd (enkelvoud) van snowboarden is: snowboardde.
    Wat is het voltooid deelwoord van snowboarden?
    Het voltooid deelwoord van snowboarden is: gesnowboard.
    Gebruik je hebben of zijn bij snowboarden?
    Bij snowboarden gebruik je het hulpwerkwoord "heeft".

    Delen

    Bladeren op letter