Was dit nuttig?
afwijken
werkwoord | Taalniveau: B2
van de gebruikelijke koers, norm of verwachting afstappen
Voorbeeldzinnen met het woord afwijken
- "De uitkomsten weken sterk af van de voorspelling."
- "Hij week niet af van zijn plan."
Synoniemen van afwijken
Idiomen
- • Van het rechte pad afwijken
- • Van de norm afwijken
Vervoeging van afwijken
| Ik (nu) | ik wijk af |
| Hij/zij (nu) | hij wijkt af |
| Wij (nu) | wij wijken af |
| Verleden tijd | week af |
| Voltooid deelw. | afgeweken |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over afwijken
- Wat betekent afwijken?
- van de gebruikelijke koers, norm of verwachting afstappen
- Op welk taalniveau hoort afwijken?
- Het woord afwijken hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van afwijken?
- Synoniemen van afwijken zijn: abwijken, divergeren, anders zijn.
- Hoe vervoeg je afwijken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je afwijken als volgt: ik ik wijk af, hij/zij hij wijkt af, wij wij wijken af.
- Wat is de verleden tijd van afwijken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van afwijken is: week af.
- Wat is het voltooid deelwoord van afwijken?
- Het voltooid deelwoord van afwijken is: afgeweken.
- Gebruik je hebben of zijn bij afwijken?
- Bij afwijken gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij afwijken
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen