Was dit nuttig?
aanvangen
werkwoord | Taalniveau: C1
formeel woord voor beginnen of starten met iets
Voorbeeldzinnen met het woord aanvangen
- "Het college vangt aan om precies negen uur."
- "Ze ving de werkzaamheden aan na grondige voorbereiding."
Vervoeging van aanvangen
| Ik (nu) | ik vang aan |
| Hij/zij (nu) | hij vangt aan |
| Wij (nu) | wij vangen aan |
| Verleden tijd | ving aan |
| Voltooid deelw. | aangevangen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over aanvangen
- Wat betekent aanvangen?
- formeel woord voor beginnen of starten met iets
- Op welk taalniveau hoort aanvangen?
- Het woord aanvangen hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van aanvangen?
- Synoniemen van aanvangen zijn: beginnen, starten, aanvangen.
- Hoe vervoeg je aanvangen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je aanvangen als volgt: ik ik vang aan, hij/zij hij vangt aan, wij wij vangen aan.
- Wat is de verleden tijd van aanvangen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van aanvangen is: ving aan.
- Wat is het voltooid deelwoord van aanvangen?
- Het voltooid deelwoord van aanvangen is: aangevangen.
- Gebruik je hebben of zijn bij aanvangen?
- Bij aanvangen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij aanvangen
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen