Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    werken

    werkwoord | Taalniveau: A1

    1werkwoord| Taalniveau: A1

    Een taak of job uitvoeren

    Voorbeeldzinnen met het woord werken

    • "Zij werkt hard."
    • "Ik werk van negen tot vijf."
    • "Wij werken samen aan het project."

    Synoniemen van werken

    Idiomen

    • • Aan de weg timmeren
    • • Tegen de klok werken
    • • Handen uit de mouwen steken
    2werkwoord| Taalniveau: A2

    het beoogde effect hebben; goed functioneren

    Voorbeeldzinnen met het woord werken

    • "Het nieuwe medicijn werkt uitstekend tegen de infectie."
    • "Die aanpak werkt niet bij kinderen; probeer een andere strategie."

    Synoniemen van werken

    Idiomen

    • • de handen uit de mouwen steken
    • • werken als een paard

    Vervoeging van werken

    Ik (nu) werk
    Hij/zij (nu) werkt
    Wij (nu) werken
    Verleden tijd werkte
    Voltooid deelw. gewerkt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over werken

    Wat betekent werken?
    Een taak of job uitvoeren
    Op welk taalniveau hoort werken?
    Het woord werken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van werken?
    Synoniemen van werken zijn: ploeteren, zwoegen.
    Hoe vervoeg je werken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je werken als volgt: ik werk, hij/zij werkt, wij werken.
    Wat is de verleden tijd van werken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van werken is: werkte.
    Wat is het voltooid deelwoord van werken?
    Het voltooid deelwoord van werken is: gewerkt.
    Gebruik je hebben of zijn bij werken?
    Bij werken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter