Was dit nuttig?
zwoegen
werkwoord | Taalniveau: B2
Hard en inspannend werken, zich afbeulen.
Voorbeeldzinnen met het woord zwoegen
- "Zij zwoegde urenlang achter de machine."
- "We zwoegen om het af te maken."
- "Zwoegen voor de kost."
Idiomen
- • Zwoegen als een paard
- • Hard zwoegen voor zijn brood
Vervoeging van zwoegen
| Ik (nu) | zwoeg |
| Hij/zij (nu) | zwoegt |
| Wij (nu) | zwoegen |
| Verleden tijd | zwoegde |
| Voltooid deelw. | gezwoegd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over zwoegen
- Wat betekent zwoegen?
- Hard en inspannend werken, zich afbeulen.
- Op welk taalniveau hoort zwoegen?
- Het woord zwoegen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zwoegen?
- Synoniemen van zwoegen zijn: werken, ploeteren.
- Hoe vervoeg je zwoegen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je zwoegen als volgt: ik zwoeg, hij/zij zwoegt, wij zwoegen.
- Wat is de verleden tijd van zwoegen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van zwoegen is: zwoegde.
- Wat is het voltooid deelwoord van zwoegen?
- Het voltooid deelwoord van zwoegen is: gezwoegd.
- Gebruik je hebben of zijn bij zwoegen?
- Bij zwoegen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zwoegen
ploeteren
werkwoord
Zwaar en moeizaam werken.
werken
werkwoord
Een taak of job uitvoeren
dechef
zelfstandig naamwoord
Leider of hoofd van een afdeling (vaak in de keuken).
debaas
zelfstandig naamwoord
Persoon met gezag over werknemers.
deleider
zelfstandig naamwoord
Persoon die leiding geeft aan een groep.