Was dit nuttig?
ploeteren
werkwoord | Taalniveau: B2
Zwaar en moeizaam werken.
Voorbeeldzinnen met het woord ploeteren
- "De boeren ploeterden op het land."
- "Hij moest ploeteren om de deadline te halen."
- "Na lang ploeteren was de klus geklaard."
Idiomen
- • Zwoegen en ploeteren
- • Hard ploeteren voor zijn geld
Vervoeging van ploeteren
| Ik (nu) | ploeter |
| Hij/zij (nu) | ploetert |
| Wij (nu) | ploeteren |
| Verleden tijd | ploeterde |
| Voltooid deelw. | geploeterd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over ploeteren
- Wat betekent ploeteren?
- Zwaar en moeizaam werken.
- Op welk taalniveau hoort ploeteren?
- Het woord ploeteren hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van ploeteren?
- Synoniemen van ploeteren zijn: werken, zwoegen.
- Hoe vervoeg je ploeteren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je ploeteren als volgt: ik ploeter, hij/zij ploetert, wij ploeteren.
- Wat is de verleden tijd van ploeteren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van ploeteren is: ploeterde.
- Wat is het voltooid deelwoord van ploeteren?
- Het voltooid deelwoord van ploeteren is: geploeterd.
- Gebruik je hebben of zijn bij ploeteren?
- Bij ploeteren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij ploeteren
werken
werkwoord
Een taak of job uitvoeren
zwoegen
werkwoord
Hard en inspannend werken, zich afbeulen.
dechef
zelfstandig naamwoord
Leider of hoofd van een afdeling (vaak in de keuken).
debaas
zelfstandig naamwoord
Persoon met gezag over werknemers.
deleider
zelfstandig naamwoord
Persoon die leiding geeft aan een groep.