Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uitvallen

    werkwoord | Taalniveau: B1

    de race niet kunnen afmaken vanwege een technisch defect, crash of andere oorzaak

    Voorbeeldzinnen met het woord uitvallen

    • "De Nederlander viel uit na een motorprobleem in de vijftiende ronde."
    • "Door een defecte versnellingsbak viel de koploper vlak voor het einde uit."

    Synoniemen van uitvallen

    Idiomen

    • • Uitvallen met een leidende positie is een van de bitterste momenten in de motorsport.

    Vervoeging van uitvallen

    Ik (nu) val uit
    Hij/zij (nu) valt uit
    Wij (nu) vallen uit
    Verleden tijd viel uit
    Voltooid deelw. uitgevallen
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over uitvallen

    Wat betekent uitvallen?
    de race niet kunnen afmaken vanwege een technisch defect, crash of andere oorzaak
    Op welk taalniveau hoort uitvallen?
    Het woord uitvallen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van uitvallen?
    Synoniemen van uitvallen zijn: opgeven, stoppen, retire.
    Hoe vervoeg je uitvallen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitvallen als volgt: ik val uit, hij/zij valt uit, wij vallen uit.
    Wat is de verleden tijd van uitvallen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uitvallen is: viel uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uitvallen?
    Het voltooid deelwoord van uitvallen is: uitgevallen.
    Gebruik je hebben of zijn bij uitvallen?
    Bij uitvallen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter