Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uitvaardigen

    werkwoord | Taalniveau: B2

    een wet, besluit of decreet officieel afkondigen

    Voorbeeldzinnen met het woord uitvaardigen

    • "De regering vaardigt een nooddecreet uit."
    • "Ze vaardigt een richtlijn uit voor de organisatie."

    Synoniemen van uitvaardigen

    Vervoeging van uitvaardigen

    Ik (nu) ik vaardig uit
    Hij/zij (nu) hij vaardigt uit
    Wij (nu) wij vaardigen uit
    Verleden tijd vaardigde uit
    Voltooid deelw. uitgevaardigd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over uitvaardigen

    Wat betekent uitvaardigen?
    een wet, besluit of decreet officieel afkondigen
    Op welk taalniveau hoort uitvaardigen?
    Het woord uitvaardigen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van uitvaardigen?
    Synoniemen van uitvaardigen zijn: afkondigen.
    Hoe vervoeg je uitvaardigen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uitvaardigen als volgt: ik ik vaardig uit, hij/zij hij vaardigt uit, wij wij vaardigen uit.
    Wat is de verleden tijd van uitvaardigen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uitvaardigen is: vaardigde uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uitvaardigen?
    Het voltooid deelwoord van uitvaardigen is: uitgevaardigd.
    Gebruik je hebben of zijn bij uitvaardigen?
    Bij uitvaardigen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter