Was dit nuttig?
hettijdschema
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
een plan of overzicht met de tijden waarop activiteiten plaatsvinden
Voorbeeldzinnen met het woord tijdschema
- "Het tijdschema voor de conferentie werd een week van tevoren verstuurd."
- "Ze hield strikt vast aan het tijdschema om alles op tijd af te krijgen."
Veelgestelde vragen over tijdschema
- Wat betekent tijdschema?
- een plan of overzicht met de tijden waarop activiteiten plaatsvinden
- Op welk taalniveau hoort tijdschema?
- Het woord tijdschema hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van tijdschema?
- Synoniemen van tijdschema zijn: planning, schema, rooster.
- Is tijdschema een de-woord of het-woord?
- Tijdschema is een het-woord: het tijdschema.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij tijdschema
deweek
zelfstandig naamwoord
Een periode van zeven opeenvolgende dagen
defebruari
zelfstandig naamwoord
De tweede maand van het jaar; de kortste maand
demaand
zelfstandig naamwoord
Een periode van ongeveer vier weken; het jaar is verdeeld in…
hetdecennium
zelfstandig naamwoord
een periode van tien jaar
deeeuw
zelfstandig naamwoord
een periode van honderd jaar
hetmillennium
zelfstandig naamwoord
een periode van duizend jaar; ook de overgang van een dergel…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje