Was dit nuttig?
detijdklok
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
een apparaat dat medewerkers gebruiken om hun begin- en eindtijden te registreren
Voorbeeldzinnen met het woord tijdklok
- "Bij binnenkomst stempelt hij zijn kaart op de tijdklok in de hal."
- "De tijdklok maakt handmatige urenstaten overbodig."
Synoniemen van tijdklok
Idiomen
- • de tijdklok halen (precies op tijd aanwezig zijn voor aanvang van de werktijd)
Veelgestelde vragen over tijdklok
- Wat betekent tijdklok?
- een apparaat dat medewerkers gebruiken om hun begin- en eindtijden te registreren
- Op welk taalniveau hoort tijdklok?
- Het woord tijdklok hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van tijdklok?
- Synoniemen van tijdklok zijn: prikklok, tijdregistratie, stempelklok.
- Is tijdklok een de-woord of het-woord?
- Tijdklok is een de-woord: de tijdklok.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij tijdklok
deweek
zelfstandig naamwoord
Een periode van zeven opeenvolgende dagen
defebruari
zelfstandig naamwoord
De tweede maand van het jaar; de kortste maand
demaand
zelfstandig naamwoord
Een periode van ongeveer vier weken; het jaar is verdeeld in…
hetdecennium
zelfstandig naamwoord
een periode van tien jaar
deeeuw
zelfstandig naamwoord
een periode van honderd jaar
hetmillennium
zelfstandig naamwoord
een periode van duizend jaar; ook de overgang van een dergel…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje