Was dit nuttig?
hetthuisspel
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
een wedstrijd die een team thuis speelt
Voorbeeldzinnen met het woord thuisspel
- "Ze verloren het thuisspel met 1-2."
- "Een thuisspel heeft het voordeel van de eigen supporters."
Synoniemen van thuisspel
Veelgestelde vragen over thuisspel
- Wat betekent thuisspel?
- een wedstrijd die een team thuis speelt
- Op welk taalniveau hoort thuisspel?
- Het woord thuisspel hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van thuisspel?
- Synoniemen van thuisspel zijn: thuiswedstrijd, thuisduel.
- Is thuisspel een de-woord of het-woord?
- Thuisspel is een het-woord: het thuisspel.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij thuisspel
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
deambitie
zelfstandig naamwoord
een sterke wens om iets te bereiken
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje