Was dit nuttig?
thuiskomen
werkwoord | Taalniveau: A1
naar je eigen woning terugkeren
Voorbeeldzinnen met het woord thuiskomen
- "Ze kwam laat thuis na het werk."
- "Hij kwam thuis en begon meteen te koken."
Synoniemen van thuiskomen
Idiomen
- • Daar kom je thuis!
- • Thuiskomen als een verloren zoon
Vervoeging van thuiskomen
| Ik (nu) | ik kom thuis |
| Hij/zij (nu) | hij komt thuis |
| Wij (nu) | wij komen thuis |
| Verleden tijd | kwam thuis |
| Voltooid deelw. | thuisgekomen |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over thuiskomen
- Wat betekent thuiskomen?
- naar je eigen woning terugkeren
- Op welk taalniveau hoort thuiskomen?
- Het woord thuiskomen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van thuiskomen?
- Synoniemen van thuiskomen zijn: naar huis gaan, terugkeren.
- Hoe vervoeg je thuiskomen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je thuiskomen als volgt: ik ik kom thuis, hij/zij hij komt thuis, wij wij komen thuis.
- Wat is de verleden tijd van thuiskomen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van thuiskomen is: kwam thuis.
- Wat is het voltooid deelwoord van thuiskomen?
- Het voltooid deelwoord van thuiskomen is: thuisgekomen.
- Gebruik je hebben of zijn bij thuiskomen?
- Bij thuiskomen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij thuiskomen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders