Was dit nuttig?
hetthuiswerken
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
het werken vanuit huis in plaats van op kantoor
Voorbeeldzinnen met het woord thuiswerken
- "Sinds de pandemie werkt hij twee dagen per week thuis."
- "Thuiswerken biedt flexibiliteit maar vraagt om discipline."
Synoniemen van thuiswerken
Veelgestelde vragen over thuiswerken
- Wat betekent thuiswerken?
- het werken vanuit huis in plaats van op kantoor
- Op welk taalniveau hoort thuiswerken?
- Het woord thuiswerken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van thuiswerken?
- Synoniemen van thuiswerken zijn: telewerken, hybride werken.
- Is thuiswerken een de-woord of het-woord?
- Thuiswerken is een het-woord: het thuiswerken.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij thuiswerken
hetdienstverband
zelfstandig naamwoord
de arbeidsrelatie tussen een werknemer en een werkgever
hetpensioenfonds
zelfstandig naamwoord
organisatie die pensioengeld beheert en uitkeert
dearbeidsvoorwaarden
zelfstandig naamwoord
de afspraken over loon, werktijden, vakantie en andere recht…
deloopbaancoach
zelfstandig naamwoord
coach die begeleidt bij loopbaankeuzes
hetwerkoverleg
zelfstandig naamwoord
regelmatig overleg binnen een afdeling of team
deafdeling
zelfstandig naamwoord
onderdeel van een organisatie met een eigen taak en team
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen