Was dit nuttig?
dethuiszorg
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
professionele zorg die bij mensen thuis wordt verleend
Voorbeeldzinnen met het woord thuiszorg
- "Na de operatie krijgt ze een week thuiszorg."
- "Thuiszorg maakt het mogelijk om langer zelfstandig thuis te wonen."
Synoniemen van thuiszorg
Veelgestelde vragen over thuiszorg
- Wat betekent thuiszorg?
- professionele zorg die bij mensen thuis wordt verleend
- Op welk taalniveau hoort thuiszorg?
- Het woord thuiszorg hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van thuiszorg?
- Synoniemen van thuiszorg zijn: thuisverpleging, mantelzorg.
- Is thuiszorg een de-woord of het-woord?
- Thuiszorg is een de-woord: de thuiszorg.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij thuiszorg
hetastma
zelfstandig naamwoord
chronische longaandoening waarbij de luchtwegen vernauwen bi…
dedrugs
zelfstandig naamwoord
chemische stoffen die het bewustzijn of gedrag beïnvloeden e…
hetmedisch dossier
zelfstandig naamwoord
verzameling van alle medische gegevens en behandelingen van …
despoedeisende hulp
zelfstandig naamwoord
afdeling in het ziekenhuis voor acute en ernstige medische g…
hetenzym
zelfstandig naamwoord
een biologisch molecuul dat chemische reacties in levende or…
dewondinfectie
zelfstandig naamwoord
infectie van een wond door bacteriën
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje