Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    detaalcoach

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1

    een persoon die iemand individueel begeleidt bij het leren van een taal

    Voorbeeldzinnen met het woord taalcoach

    • "Mijn taalcoach helpt me elke week met mijn Nederlands."
    • "Een taalcoach geeft tips en oefent met je in gesprek."

    Synoniemen van taalcoach

    Veelgestelde vragen over taalcoach

    Wat betekent taalcoach?
    een persoon die iemand individueel begeleidt bij het leren van een taal
    Op welk taalniveau hoort taalcoach?
    Het woord taalcoach hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van taalcoach?
    Synoniemen van taalcoach zijn: taalbuddy, taalpartner.
    Is taalcoach een de-woord of het-woord?
    Taalcoach is een de-woord: de taalcoach.

    Delen

    Bladeren op letter