Was dit nuttig?
detaalcursus
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een cursus waarbij je een taal leert, vaak in een groep met een docent
Voorbeeldzinnen met het woord taalcursus
- "Ze volgt een taalcursus Nederlands voor beginners."
- "Een goede taalcursus helpt je snel te verbeteren."
Synoniemen van taalcursus
Veelgestelde vragen over taalcursus
- Wat betekent taalcursus?
- een cursus waarbij je een taal leert, vaak in een groep met een docent
- Op welk taalniveau hoort taalcursus?
- Het woord taalcursus hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van taalcursus?
- Synoniemen van taalcursus zijn: taaltraining, taalles.
- Is taalcursus een de-woord of het-woord?
- Taalcursus is een de-woord: de taalcursus.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij taalcursus
detekst
zelfstandig naamwoord
een reeks geschreven of gesproken woorden met een boodschap
devraag
zelfstandig naamwoord
een zin of uiting waarmee je om informatie vraagt
devrijstelling
zelfstandig naamwoord
ontheffing van de plicht om een les of vak te volgen
deaandacht
zelfstandig naamwoord
de geestelijke aanwezigheid en focus op iets
hetomega
zelfstandig naamwoord
de laatste letter van het Griekse alfabet; symbool voor het …
dezorgcoördinator
zelfstandig naamwoord
medewerker die leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte b…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen