Was dit nuttig?
struikelen
werkwoord | Taalniveau: A1
je voet stoten en bijna vallen
Voorbeeldzinnen met het woord struikelen
- "Ze struikelde over de stoeprand."
- "Hij struikelde over zijn eigen woorden."
Synoniemen van struikelen
Idiomen
- • Struikelen over zijn eigen woorden
Vervoeging van struikelen
| Ik (nu) | struikel |
| Hij/zij (nu) | struikelt |
| Wij (nu) | struikelen |
| Verleden tijd | struikelde |
| Voltooid deelw. | gestruikeld |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over struikelen
- Wat betekent struikelen?
- je voet stoten en bijna vallen
- Op welk taalniveau hoort struikelen?
- Het woord struikelen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van struikelen?
- Synoniemen van struikelen zijn: vallen, struikelen, uitglijden.
- Hoe vervoeg je struikelen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je struikelen als volgt: ik struikel, hij/zij struikelt, wij struikelen.
- Wat is de verleden tijd van struikelen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van struikelen is: struikelde.
- Wat is het voltooid deelwoord van struikelen?
- Het voltooid deelwoord van struikelen is: gestruikeld.
- Gebruik je hebben of zijn bij struikelen?
- Bij struikelen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij struikelen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders