Was dit nuttig?
vallen
werkwoord | Taalniveau: A1
1werkwoord| Taalniveau: A1
naar beneden komen door de zwaartekracht, soms per ongeluk
Voorbeeldzinnen met het woord vallen
- "Ze viel op de glibberige vloer."
- "Het glas viel van de tafel."
Synoniemen van vallen
Idiomen
- • door de mand vallen
- • buiten de boot vallen
- • dat valt mee
2werkwoord| Taalniveau: B1
in een bepaalde categorie of bevoegdheid thuishoren
Voorbeeldzinnen met het woord vallen
- "Die klacht valt onder de bevoegdheid van de gemeentelijke ombudsman."
- "Zijn werk valt buiten het kader van dit project."
Idiomen
- • door de mand vallen
- • buiten de boot vallen
- • dat valt mee
3werkwoord| Taalniveau: B2
niet te verwijten zijn aan iemand; iemand niet aangerekend kunnen worden
Voorbeeldzinnen met het woord vallen
- "Hem valt niets te verwijten: hij deed precies wat hem was gevraagd."
- "Het ongeluk viel niemand aan te rekenen; het was pure pech."
Idiomen
- • door de mand vallen
- • buiten de boot vallen
- • dat valt mee
Vervoeging van vallen
| Ik (nu) | ik val |
| Hij/zij (nu) | hij valt |
| Wij (nu) | wij vallen |
| Verleden tijd | viel |
| Voltooid deelw. | gevallen |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over vallen
- Wat betekent vallen?
- naar beneden komen door de zwaartekracht, soms per ongeluk
- Op welk taalniveau hoort vallen?
- Het woord vallen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vallen?
- Synoniemen van vallen zijn: neervallen, omvallen, struikelen.
- Hoe vervoeg je vallen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je vallen als volgt: ik ik val, hij/zij hij valt, wij wij vallen.
- Wat is de verleden tijd van vallen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van vallen is: viel.
- Wat is het voltooid deelwoord van vallen?
- Het voltooid deelwoord van vallen is: gevallen.
- Gebruik je hebben of zijn bij vallen?
- Bij vallen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vallen
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders