Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    steken

    werkwoord | Taalniveau: B1

    met een scherp voorwerp in iets prikken of in brand steken

    Voorbeeldzinnen met het woord steken

    • "De bij stak hem in zijn hand."
    • "Hij stak de kaars aan voor het diner."

    Synoniemen van steken

    Idiomen

    • • de hand in eigen boezem steken
    • • daar steekt iets achter

    Vervoeging van steken

    Ik (nu) ik steek
    Hij/zij (nu) hij steekt
    Wij (nu) wij steken
    Verleden tijd stak
    Voltooid deelw. gestoken
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over steken

    Wat betekent steken?
    met een scherp voorwerp in iets prikken of in brand steken
    Op welk taalniveau hoort steken?
    Het woord steken hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van steken?
    Synoniemen van steken zijn: prikken, priemen, insteken.
    Hoe vervoeg je steken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je steken als volgt: ik ik steek, hij/zij hij steekt, wij wij steken.
    Wat is de verleden tijd van steken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van steken is: stak.
    Wat is het voltooid deelwoord van steken?
    Het voltooid deelwoord van steken is: gestoken.
    Gebruik je hebben of zijn bij steken?
    Bij steken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter