Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    spurten

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een korte, krachtige sprint trekken

    Voorbeeldzinnen met het woord spurten

    • "Ze spurtte in de laatste honderd meter naar de finish."
    • "Hij spurtte weg van zijn tegenstander op de helling."

    Synoniemen van spurten

    Idiomen

    • • naar de finishlijn spurten
    • • in volle vaart spurten

    Vervoeging van spurten

    Ik (nu) ik spurt
    Hij/zij (nu) hij spurte
    Wij (nu) wij spurten
    Verleden tijd spurtte
    Voltooid deelw. gespurt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over spurten

    Wat betekent spurten?
    een korte, krachtige sprint trekken
    Op welk taalniveau hoort spurten?
    Het woord spurten hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van spurten?
    Synoniemen van spurten zijn: sprinten, versnellen.
    Hoe vervoeg je spurten in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je spurten als volgt: ik ik spurt, hij/zij hij spurte, wij wij spurten.
    Wat is de verleden tijd van spurten?
    De verleden tijd (enkelvoud) van spurten is: spurtte.
    Wat is het voltooid deelwoord van spurten?
    Het voltooid deelwoord van spurten is: gespurt.
    Gebruik je hebben of zijn bij spurten?
    Bij spurten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter