Was dit nuttig?
desportagenda
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
overzicht van geplande sportevenementen of wedstrijden
Voorbeeldzinnen met het woord sportagenda
- "Ze kijkt in de sportagenda wanneer de volgende wedstrijd is."
- "De sportagenda voor het seizoen is gepubliceerd."
Synoniemen van sportagenda
Veelgestelde vragen over sportagenda
- Wat betekent sportagenda?
- overzicht van geplande sportevenementen of wedstrijden
- Op welk taalniveau hoort sportagenda?
- Het woord sportagenda hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van sportagenda?
- Synoniemen van sportagenda zijn: speelschema, kalender.
- Is sportagenda een de-woord of het-woord?
- Sportagenda is een de-woord: de sportagenda.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij sportagenda
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
depuzzel
zelfstandig naamwoord
spel waarbij losse stukjes worden samengevoegd tot een afbee…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje