Was dit nuttig?
dekalender
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
overzicht van alle dagen, weken en maanden van een jaar, gebruikt om afspraken en data bij te houden
Voorbeeldzinnen met het woord kalender
- "Op de kalender aan de muur staan alle verjaardagen aangestreept."
- "Amir schrijft elke dag een nieuw woord op zijn kalender."
Synoniemen van kalender
Idiomen
- • iets op de kalender zetten — een afspraak officieel plannen
Veelgestelde vragen over kalender
- Wat betekent kalender?
- overzicht van alle dagen, weken en maanden van een jaar, gebruikt om afspraken en data bij te houden
- Op welk taalniveau hoort kalender?
- Het woord kalender hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van kalender?
- Synoniemen van kalender zijn: agenda, jaarplanner.
- Is kalender een de-woord of het-woord?
- Kalender is een de-woord: de kalender.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij kalender
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen