Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dekalender

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1

    overzicht van alle dagen, weken en maanden van een jaar, gebruikt om afspraken en data bij te houden

    Voorbeeldzinnen met het woord kalender

    • "Op de kalender aan de muur staan alle verjaardagen aangestreept."
    • "Amir schrijft elke dag een nieuw woord op zijn kalender."

    Synoniemen van kalender

    Idiomen

    • • iets op de kalender zetten — een afspraak officieel plannen

    Veelgestelde vragen over kalender

    Wat betekent kalender?
    overzicht van alle dagen, weken en maanden van een jaar, gebruikt om afspraken en data bij te houden
    Op welk taalniveau hoort kalender?
    Het woord kalender hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van kalender?
    Synoniemen van kalender zijn: agenda, jaarplanner.
    Is kalender een de-woord of het-woord?
    Kalender is een de-woord: de kalender.

    Delen

    Bladeren op letter