Was dit nuttig?
deagenda
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
boekje of app om afspraken in te noteren
Voorbeeldzinnen met het woord agenda
- "Ze schrijft al haar afspraken in haar agenda."
- "Hij keek in zijn agenda of hij vrij was."
Idiomen
- • iets in de agenda zetten
- • een drukke agenda hebben
Veelgestelde vragen over agenda
- Wat betekent agenda?
- boekje of app om afspraken in te noteren
- Op welk taalniveau hoort agenda?
- Het woord agenda hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van agenda?
- Synoniemen van agenda zijn: kalender, planner.
- Is agenda een de-woord of het-woord?
- Agenda is een de-woord: de agenda.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij agenda
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen