Was dit nuttig?
sluiten
werkwoord | Taalniveau: A1
dichtmaken zodat er geen toegang meer is
Voorbeeldzinnen met het woord sluiten
- "Ze sloot de deur achter zich."
- "Hij sloot zijn laptop na het werk."
Synoniemen van sluiten
Idiomen
- • de ogen sluiten voor iets
- • de rijen sluiten
Vervoeging van sluiten
| Ik (nu) | ik sluit |
| Hij/zij (nu) | hij sluit |
| Wij (nu) | wij sluiten |
| Verleden tijd | sloot |
| Voltooid deelw. | gesloten |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over sluiten
- Wat betekent sluiten?
- dichtmaken zodat er geen toegang meer is
- Op welk taalniveau hoort sluiten?
- Het woord sluiten hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van sluiten?
- Synoniemen van sluiten zijn: dichtdoen, vergrendelen, afsluiten.
- Hoe vervoeg je sluiten in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je sluiten als volgt: ik ik sluit, hij/zij hij sluit, wij wij sluiten.
- Wat is de verleden tijd van sluiten?
- De verleden tijd (enkelvoud) van sluiten is: sloot.
- Wat is het voltooid deelwoord van sluiten?
- Het voltooid deelwoord van sluiten is: gesloten.
- Gebruik je hebben of zijn bij sluiten?
- Bij sluiten gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij sluiten
lopen
werkwoord
Je voeten gebruiken om je voort te bewegen
slapen
werkwoord
Je ogen dicht doen en rusten meestal in bed
wandelen
werkwoord
Rustig lopen voor ontspanning.
deels
bijwoord
voor een gedeelte; niet volledig maar ook niet geheel afwezi…
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders