Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetseizoen

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1

    Een van de vier periodes van het jaar met elk een eigen klimaat: lente, zomer, herfst en winter

    Voorbeeldzinnen met het woord seizoen

    • "Wat is jouw lievelingsseizoen?"
    • "Elk seizoen heeft zijn eigen schoonheid."
    • "In welk seizoen ben jij geboren?"

    Synoniemen van seizoen

    Idiomen

    • • Met de seizoenen meeleven.
    • • Ieder seizoen heeft zijn charme.

    Veelgestelde vragen over seizoen

    Wat betekent seizoen?
    Een van de vier periodes van het jaar met elk een eigen klimaat: lente, zomer, herfst en winter
    Op welk taalniveau hoort seizoen?
    Het woord seizoen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van seizoen?
    Synoniemen van seizoen zijn: jaargetijde, periode.
    Is seizoen een de-woord of het-woord?
    Seizoen is een het-woord: het seizoen.

    Delen

    Bladeren op letter