Was dit nuttig?
deperiode
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
een aaneengesloten tijdsspanne met een bepaald kenmerk of met een begin en einde
Voorbeeldzinnen met het woord periode
- "De zomer is de drukste periode voor het toerisme in Nederland."
- "Hij had een moeilijke periode na zijn ontslag."
Synoniemen van periode
Veelgestelde vragen over periode
- Wat betekent periode?
- een aaneengesloten tijdsspanne met een bepaald kenmerk of met een begin en einde
- Op welk taalniveau hoort periode?
- Het woord periode hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van periode?
- Synoniemen van periode zijn: tijdvak, fase, tijdsperiode.
- Is periode een de-woord of het-woord?
- Periode is een de-woord: de periode.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij periode
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…