Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetjaargetijde

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    een van de vier seizoenen van het jaar: lente, zomer, herfst of winter

    Voorbeeldzinnen met het woord jaargetijde

    • "Elk jaargetijde heeft zijn eigen schoonheid en charme."
    • "In Nederland zijn alle vier de jaargetijden duidelijk merkbaar."

    Synoniemen van jaargetijde

    Veelgestelde vragen over jaargetijde

    Wat betekent jaargetijde?
    een van de vier seizoenen van het jaar: lente, zomer, herfst of winter
    Op welk taalniveau hoort jaargetijde?
    Het woord jaargetijde hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van jaargetijde?
    Synoniemen van jaargetijde zijn: seizoen, jaarseizoen.
    Is jaargetijde een de-woord of het-woord?
    Jaargetijde is een het-woord: het jaargetijde.

    Delen

    Bladeren op letter