Was dit nuttig?
hetjaargetijde
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een van de vier seizoenen van het jaar: lente, zomer, herfst of winter
Voorbeeldzinnen met het woord jaargetijde
- "Elk jaargetijde heeft zijn eigen schoonheid en charme."
- "In Nederland zijn alle vier de jaargetijden duidelijk merkbaar."
Synoniemen van jaargetijde
Veelgestelde vragen over jaargetijde
- Wat betekent jaargetijde?
- een van de vier seizoenen van het jaar: lente, zomer, herfst of winter
- Op welk taalniveau hoort jaargetijde?
- Het woord jaargetijde hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van jaargetijde?
- Synoniemen van jaargetijde zijn: seizoen, jaarseizoen.
- Is jaargetijde een de-woord of het-woord?
- Jaargetijde is een het-woord: het jaargetijde.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij jaargetijde
deweek
zelfstandig naamwoord
Een periode van zeven opeenvolgende dagen
defebruari
zelfstandig naamwoord
De tweede maand van het jaar; de kortste maand
demaand
zelfstandig naamwoord
Een periode van ongeveer vier weken; het jaar is verdeeld in…
hetdecennium
zelfstandig naamwoord
een periode van tien jaar
deeeuw
zelfstandig naamwoord
een periode van honderd jaar
hetmillennium
zelfstandig naamwoord
een periode van duizend jaar; ook de overgang van een dergel…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen