Was dit nuttig?
dezomer
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
Het warmste seizoen van het jaar, van juni tot september
Voorbeeldzinnen met het woord zomer
- "In de zomer gaan we naar het strand."
- "Het is heet in de zomer."
- "De kinderen hebben zomervakantie."
Synoniemen van zomer
Idiomen
- • Zomertijd
- • Een zomer zonder einde
Veelgestelde vragen over zomer
- Wat betekent zomer?
- Het warmste seizoen van het jaar, van juni tot september
- Op welk taalniveau hoort zomer?
- Het woord zomer hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zomer?
- Synoniemen van zomer zijn: warm seizoen, zomertijd.
- Is zomer een de-woord of het-woord?
- Zomer is een de-woord: de zomer.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zomer
deherfst
zelfstandig naamwoord
Het seizoen na de zomer, van september tot december, wanneer…
hetseizoen
zelfstandig naamwoord
Een van de vier periodes van het jaar met elk een eigen klim…
dewinter
zelfstandig naamwoord
Het koudste seizoen van het jaar, van december tot maart
delente
zelfstandig naamwoord
Het seizoen na de winter, van maart tot juni, wanneer de nat…