Was dit nuttig?
depruik
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
een nep haardos van echt of kunsthaar dat over het eigen hoofd gedragen wordt
Voorbeeldzinnen met het woord pruik
- "Ze droeg een blonde pruik voor het toneelstuk."
- "Rechters in Engeland dragen traditioneel een witte pruik."
Synoniemen van pruik
Veelgestelde vragen over pruik
- Wat betekent pruik?
- een nep haardos van echt of kunsthaar dat over het eigen hoofd gedragen wordt
- Op welk taalniveau hoort pruik?
- Het woord pruik hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van pruik?
- Synoniemen van pruik zijn: haarpruik, valse haren.
- Is pruik een de-woord of het-woord?
- Pruik is een de-woord: de pruik.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij pruik
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
dejas
zelfstandig naamwoord
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
dejeans
zelfstandig naamwoord
broek gemaakt van spijkerstof (denim)
hetboord
zelfstandig naamwoord
de rand van een kledingstuk rondom de hals of mouw
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje