Was dit nuttig?
depiektijd
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B1
het tijdstip waarop het drukst is, zoals in verkeer of in een winkel
Voorbeeldzinnen met het woord piektijd
- "In de piektijd staat het verkeer op de snelweg volledig stil."
- "Supermarkten plaatsen extra personeel in de piektijd op zaterdagochtend."
Synoniemen van piektijd
Idiomen
- • in de piektijd werken (tijdens de drukste uren van de dag actief zijn)
Veelgestelde vragen over piektijd
- Wat betekent piektijd?
- het tijdstip waarop het drukst is, zoals in verkeer of in een winkel
- Op welk taalniveau hoort piektijd?
- Het woord piektijd hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van piektijd?
- Synoniemen van piektijd zijn: spitsuur, drukte, piekmoment.
- Is piektijd een de-woord of het-woord?
- Piektijd is een de-woord: de piektijd.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij piektijd
deweek
zelfstandig naamwoord
Een periode van zeven opeenvolgende dagen
defebruari
zelfstandig naamwoord
De tweede maand van het jaar; de kortste maand
demaand
zelfstandig naamwoord
Een periode van ongeveer vier weken; het jaar is verdeeld in…
hetdecennium
zelfstandig naamwoord
een periode van tien jaar
deeeuw
zelfstandig naamwoord
een periode van honderd jaar
hetmillennium
zelfstandig naamwoord
een periode van duizend jaar; ook de overgang van een dergel…
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje