Was dit nuttig?
ontwijken
werkwoord | Taalniveau: C1
bewust uit de weg gaan of een vraag/aanval ontlopen
Voorbeeldzinnen met het woord ontwijken
- "Ze ontweek zijn blik tijdens het gesprek."
- "Hij ontwijkt altijd moeilijke vragen in interviews."
Vervoeging van ontwijken
| Ik (nu) | ik ontwijkt |
| Hij/zij (nu) | hij ontwijkt |
| Wij (nu) | wij ontwijken |
| Verleden tijd | ontweek |
| Voltooid deelw. | ontweken |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over ontwijken
- Wat betekent ontwijken?
- bewust uit de weg gaan of een vraag/aanval ontlopen
- Op welk taalniveau hoort ontwijken?
- Het woord ontwijken hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van ontwijken?
- Synoniemen van ontwijken zijn: vermijden, omzeilen, ontlopen.
- Hoe vervoeg je ontwijken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je ontwijken als volgt: ik ik ontwijkt, hij/zij hij ontwijkt, wij wij ontwijken.
- Wat is de verleden tijd van ontwijken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van ontwijken is: ontweek.
- Wat is het voltooid deelwoord van ontwijken?
- Het voltooid deelwoord van ontwijken is: ontweken.
- Gebruik je hebben of zijn bij ontwijken?
- Bij ontwijken gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij ontwijken
hebben
werkwoord
bezitten of in het bezit zijn van iets
zijn
werkwoord
bestaan of zich in een bepaalde toestand bevinden
zien
werkwoord
iets waarnemen met de ogen
geven
werkwoord
iets overdragen aan iemand anders
worden
werkwoord
veranderen in iets nieuws of een andere toestand bereiken
brengen
werkwoord
iets of iemand van de ene naar de andere plek verplaatsen